6. Preventie
Effectieve preventie draagt bij aan langer gezond leven en voorkomen van verslechtering bij (oudere) patiënten met een al bestaande chronische ziekte. Huisartsen en praktijkverpleegkundigen kennen hun patiënten, hun achtergrond en levensloop. Dit maakt hen bij uitstek geschikt om in hun patiëntenzorg extra aandacht aan preventie te besteden.
Zij doen vooral de geïndiceerde en zorggerelateerde preventie, terwijl de publieke gezondheidszorg met name de universele preventie voor de patiëntenpopulatie voor haar rekening neemt. De huisarts heeft, in samenwerking met andere partijen, een verbindende rol op het terrein van de selectieve preventie door onder meer patiënten te verwijzen en/of motiveren voor speciale preventieprogramma’s en eventueel screeningsprogramma’s uit te (laten) voeren als daarvan de meerwaarde is aangetoond.
Populatiegericht
In samenwerking met collega’s in de wijk en regio richten onze huisartsen hun bijdrage aan populatiegerichte preventie en de volksgezondheid op die zaken waar zij het meeste effect kunnen sorteren.
Door het contact met kinderen en ouders door de tijd heen, heeft de huisarts goed zicht op de context van kind en gezin.
Indien nodig verwijzen huisartsen patiënten naar preventieprogramma’s voor jong en oud, onder meer op het terrein van roken, obesitas en sport en bewegen. De praktijk ondersteuner/verpleegkundige zal hierin een belangrijke rol gaan vervullen.